Nederlandse rechtspraak

Oplegging van levenslang

Tot op heden is levenslange gevangenisstraf alleen opgelegd wegens:
– (medeplegen van) enkelvoudige en meervoudige moord (art. 289 Sr);
– (medeplegen van) enkelvoudige en meervoudige gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr);
– opzettelijke een ontploffing teweegbrengen, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft (art. 157 lid 3 Sr);
– moord met terroristisch oogmerk (art. 289 Sr jo. 83, lid 1 onder e Sr, slechts eenmaal: Mohammed B.).
Een lijst met levenslang gestraften, inclusief bronnen, staat op Wikipedia:http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_tot_levenslang_veroordeelden_in_Nederland.

1870-1945: ca. 15x
1945-1950: 6x
1950-1960: 7x
1960-1970: 2x
1970-1980: –
1980-1990: 3x
1990-2000: 7x
2000-2009: 19x (+ 7 die per 1 januari 2010 nog niet definitief waren)

Het betreft hier veroordelingen wegens zogenoemde commune delicten, dit in tegenstelling tot degenen die werden berecht wegens delicten gepleegd tijdens de Tweede Wereldoorlog, die strafbaar zijn gesteld in het Besluit Buitengewoon Strafrecht van 1943 (‘politieke delinquenten’ of ‘oorlogsmisdadigers’). Aan hen werden 159 levenslange straffen opgelegd.

Het aantal levenslanggestraften in Nederlandse penitentiaire inrichtingen per 1 januari 2010 is 35. Levenslange straffen overgenomen van andere landen in het kader van de procedure tot overname van executie van de straf (Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen) zijn niet meegeteld. Gegevens hierover ontbreken; het zijn er mogelijk één of twee.

De gemiddelde leeftijd bij oplegging van de straf is ca. 37 jaar (gemeten op 1 januari 2010). De jongste veroordeelde was bij oplegging 23 jaar, de oudste was bij oplegging 61 jaar, zeven van hen waren bij oplegging onder de 30 jaar.

Hoge Raad

De Hoge Raad heeft zich recentelijk op 16 juni 2009 uitgesproken over het karakter van de levenslange straf. De opvatting van de Hoge Raad is sinds een eerder arrest van 1999 niet gewijzigd. De zogenoemde Volgprocedure voor levenslang gestraften en het instrument van gratie vormden destijds volgens de Hoge Raad een integraal onderdeel van de tenuitvoerlegging van de levenslange straf. De Hoge Raad zoekt aansluiting bij de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (met nameKafkaris/Cyprus). Het karakter van de levenslange straf is volgens de Hoge Raad niet absoluut. Als zou komen vast te staan dat gratie de facto (in de praktijk) niet wordt verleend, kan oplegging van die straf strijd opleveren met artikel 3 EVRM, het verbod van vernederende en inhumane behandeling. Momenteel is er te weinig bekend over de praktijk van gratieverlening om die conclusie te kunnen trekken. Daarom acht de Hoge Raad oplegging van een levenslange straf op dit moment niet in strijd met artikel 3 EVRM.

Een zaak waarin geprobeerd is langs civiele weg invrijheidstelling te bereiken, betreft de wegens oorlogsmisdrijven ter dood veroordeelde Duitser Kotälla. Zijn straf werd bij wege van gratie gewijzigd in levenslang (HR 11 februari 1977, Nederlandse Jurisprudentie 1977, 255). Zijn klacht wegens schending van artikel 3 en/of 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) werd door de Commissie niet-ontvankelijk verklaard (Application 7994/77).