Buitenland

Een meerderheid van de lidstaten van de Raad van Europa heeft wetgeving die voorziet in de mogelijkheid van oplegging van een levenslange straf. Levenslang impliceert echter niet zonder meer dat de straf duurt tot het levenseinde. De meeste landen kennen een regeling voor verkorting van de straf met de mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). Dat Nederland in deze een uitzonderingspositie inneemt, werd op 20 januari 2010 tijdens het Algemeen Overleg door de Staatssecretaris van Justitie bevestigd (K. 24587, 377, p. 32 en p. 39).

Na langdurige (verplichte) detentie is (voorwaardelijke) invrijheidstelling (VI) mogelijk in Estland (na 30 jaar), Litouwen en Italië (26 jaar), Polen, Slowakije en Moldavië (25 jaar), Tsjechië, Roemenië en Turkije (20 jaar). In sommige landen is dit aanmerkelijk sneller het geval, namelijk in Duitsland (een uitgebreide regeling in paragrafen 57a en 57b van het Strafgesetzbuch), Frankrijk, Luxemburg en Zwitserland (VI-mogelijkheid na 15 jaar) en in België (10 jaar). In Engeland en Wales bestaat een zogenoemd tariff-systeem, waarbij de rechter bij oplegging de minimumduur van de levenslange straf bepaalt; een ‘whole life tariff’ kan na 25 jaar opnieuw worden beoordeeld.

In Canada, Nieuw-Zeeland, Denemarken, Ierland en Schotland is in de wet een VI-regeling door de rechter vastgelegd en bestaat detentiefasering. In IJsland is sinds 1940 geen levenslang opgelegd. Er zijn landen zonder levenslange gevangenisstraf, maar met een lange tijdelijke gevangenisstraf: Kroatië (20-40 jaar, VI na de helft en uitzonderlijkerwijs na een derde), Spanje (30 jaar), Slovenië (30 jaar, VI na 15 jaar en driekwart van de straf), Portugal (25 jaar en uitzonderlijkerwijs 30 jaar) en Noorwegen (21 jaar en VI kan na 12 jaar). In Zweden bestaat verplichte invrijheidstelling na tweederde van de straf. In Finland is het gebruikelijk dat na 12 tot 14 jaar voorlopige gratie wordt verleend en in Cyprus bestaat een de facto gratiebeleid en een summiere wettelijke VI-regeling. In een conceptwetboek van strafrecht voor de BES-eilanden (voormalig Nederlandse Antillen) is voorzien in een periodieke rechterlijke toetsing na 20 jaar.

Uit dit overzicht blijkt dat Nederland een unieke plaats inneemt omdat geen uitzicht is op voorwaardelijke invrijheidstelling, geen sprake is van detentiefasering en geen aantoonbaar de-factogratiebeleid bestaat zoals in Finland en Cyprus.