Het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften wordt  per 1 juli 2017 gewijzigd; de wijziging gaat met terugwerkende kracht, op 1 juni 2017, in.

Het gaat om drie wijzigingen:

  1. Het aantal gewone leden van het Adviescollege wordt uitgebreid tot vijf; toegevoegd wordt een lid uit de wetenschap dat ‘bij voorkeur specifieke expertise heeft op het gebied van de positie en de belangen van slachtoffers en nabestaanden’. Inmiddels is op deze plaats Prof. Rianne Letschert benoemd. Het Adviescollege bestaat nu dus uit de voorzitter en vijf leden. Zie hier voor de overige namen van de leden.
  2. Het aantal situaties waarin het Adviescollege advies mag uitbrengen, is uitgebreid. Doel hiervan is het Adviescollege ook te kunnen inschakelen in de situatie waarin de levenslanggestrafte al re-integratieactiviteiten zijn aangeboden, waaronder verlof, zonder dat het Adviescollege hierover eerder advies heeft uitgebracht. Deze veroordeelden vielen onder geen van de in artikel 4 lid 1 onder a, b en c genoemde categorieën. In de toelichting worden deze zaken aangeduid met ‘overgangszaken’.
  3. Het moment van aanvang van de ambtshalve gratieprocedure is gewijzigd. Dit moment is nu voor alle levenslanggestraften bepaald op twee jaar na uitbrenging van het eerste advies van het Adviescollege in plaats van op twee jaar na eerste oplegging van de straf. Op dit onderdeel van de regeling was o.m. kritiek geuit door ondergetekende in DD 2017/4 omdat de termijn afhankelijk was gesteld van de duur van de voorlopige hechtenis tot aan eerste oplegging van de levenslange straf. Deze duur vertoont echter een variatiebreedte van 4 maanden tot 5 jaar, zodat de gratieprocedure in het ene geval na 25 jaar en vier maanden en in het andere geval pas na 25 jaar en 5 jaar, ofwel na 30 jaar, zou worden opgestart. Nu geldt voor allen een termijn van minimaal 27 jaar detentie, verlengd met de duur van het uitbrengen van het eerste advies van het Adviescollege, voordat de ambtshalve gratieprocedure zal worden gestart.

W.F. van Hattum, 15 juni 2017