Veelgestelde vragen (FAQ) - Forum Levenslang

Veelgestelde Vragen (FAQ)

OVER HET FORUM LEVENSLANG

  1. Wat is het Forum Levenslang?
  2. De volledige naam van het Forum is: ‘Forum humane tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf’. Het Forum is een stichting zonder winstoogmerk en bestaat uit een bestuur van drie leden, een ‘kerngroep’ van negen leden (dat functioneert als dagelijks bestuur) en verder uit meer dan 100 deelnemers. Sommige deelnemers vormen met elkaar een werkgroep en anderen leveren individueel een bijdrage.

  3. Wat wil het Forum Levenslang?
  4. Het Forum wil bereiken dat de levenslange gevangenisstraf op een menselijker wijze wordt ten uitvoer gelegd. Dat betekent concreet 1. dat voor de veroordeelde een kans moet bestaan dat hij weer in vrijheid wordt gesteld (niet pas als hij terminaal ziek is, maar op een moment dat hij nog kan deelnemen aan de maatschappij als een volwaardig burger, bijvoorbeeld om nog iets goed te kunnen maken van de schade die hij destijds heeft aangericht) en 2. dat de straf zijn gezondheid niet onnodig nadelig mag beïnvloeden.

  5. Waarom is het Forum opgericht?
  6. Het Forum is opgericht vanuit een gevoel van onbehagen over de manier waarop door politici en bewindslieden sinds ongeveer 2004 over de levenslange gevangenisstraf wordt gesproken. Sinds ongeveer 2004 wordt namelijk gezegd dat de straf ‘gewoon voor de rest van het leven’ duurt, dus tot de dood (Minister Donner in 2004 in de Tweede Kamer). Deze bewindslieden verliezen daarmee uit het oog, dat elk mens telt, dat niemand mag worden afgeschreven, dat iemand kan veranderen en dat een straf zonder uitzicht op invrijheidstelling kortom niet menselijk is. Bovendien bestaat de opvatting, dat de straf ‘gewoon’ tot de dood moet duren, haaks op de manier waarop tot 2004 tegen de levenslange straf werd aangekeken. Tot die tijd was het de gewoonte een levenslanggestrafte de mogelijkheid te bieden zich te verbeteren en – als dat lukte – hem te helpen bij zijn terugkeer in de vrije maatschappij. Zie over de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf tot 2004 het artikel van Wiene van Hattum ‘In de daad een mens’.

  7. Wie heeft het Forum opgericht?
  8. Het Forum is opgericht door Wiene van Hattum (universitair docent Rijksuniversiteit Groningen), Anke ten Brinke (vrijwilligster) en Yvo van Kuijck (voormalig senior raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en voormalig voorzitter van de zogenaamde Penitentiaire Kamer in dat hof). Zij zijn sinds 2008 de bestuursleden van de Stichting.

  9. Hoe wil het Forum zijn doel bereiken?
  10. Het Forum wil zijn doel bereiken door het gedachtegoed van het Forum uit te dragen in artikelen, tijdschriften, kranten, in blogs, in gesprekken met politici, rechters, officieren van justitie, advocaten én alle anderen die betrokken zijn bij de oplegging en de tenuitvoerlegging van de straf.

  11. Wil het Forum de levenslange gevangenisstraf afschaffen?
  12. Nee, het Forum wil de levenslange gevangenisstraf niet afschaffen. Het Forum wil alleen dat een levenslanggestrafte niet wordt afgeschreven. Het Forum vindt dat vanaf het begin van de straf moet worden bijgehouden hoe de veroordeelde zich ontwikkelt, zowel geestelijk als lichamelijk. Na een zekere tijd – het Forum denkt aan een periode van maximaal twintig jaar – zou een rechter moeten bekijken of de tenuitvoerlegging van de straf moet worden voortgezet of dat de veroordeelde zo is veranderd dat het mogelijk is om hem voorwaardelijk vrij te laten.

  13. Waarom is de huidige manier van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet ‘humaan’ (niet ‘menselijk’)?
  14. De manier van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf is op dit moment niet ‘menselijk’ omdat de straf nu ‘gewoon’ duurt tot de dood erop volgt, zonder dat wordt onderzocht of de straf nog steeds nodig of zinvol is. De veroordeelde wordt als het ware afgeschreven en moet vervolgens tot zijn dood in de gevangenis blijven. Wát hij ook doet om te laten zien dat hij zich heeft verbeterd, heeft geen enkel effect. Er is geen enkele belangstelling voor de persoon van de veroordeelde, alleen maar voor zijn daad. Hij kan die daad echter niet meer goed maken. Illustratief is dit filmpje over een vrouw die meer dan vijfenveertig jaar gevangen zit en die zich in deze uitzichtloze en machteloze positie bevindt.

  15. Hoe staat de levenslange gevangenisstraf in relatie tot de doodstraf?
  16. De doodstraf werd in Nederland sinds 1860 als ‘onbeschaafd’ beschouwd. Ook al werd die straf nog wel opgelegd, zij werd niet meer ten uitvoer gelegd. In andere Europese landen werd in die tijd de doodstraf ook afgeschaft. De langst mogelijke gevangenisstraf was in Nederland op dat moment twintig jaar. Om toch een straf te hebben die ervoor kon zorgen dat gevaarlijke mensen blijvend uit de maatschappij verwijderd konden worden, koos de wetgever in 1870 voor de invoering van de levenslange gevangenisstraf.


 

OVER DE OPLEGGING EN TENUITVOERLEGGING VAN DE LEVENSLANGE GEVANGENISSTRAF

De levenslanggestraften

  1. Hoeveel levenslanggestraften zijn er momenteel in Nederland?
  2. Momenteel (juli 2016) zitten in totaal 33 levenslanggestraften vast in Nederland. Deze 33 zijn onherroepelijk veroordeeld. ‘Onherroepelijk’ betekent dat er geen mogelijkheid meer is om de zaak aan een hogere strafrechter voor te leggen. Naast deze 33 zijn nog zes verdachten in beroep bij het gerechtshof. Hun straffen zijn dus nog niet definitief (oftewel: nog niet ‘onherroepelijk’). Eén zaak ligt bij de Hoge Raad (juli 2016). De Hoge Raad heeft op 5 juli 2016 besloten de uitspraak in deze zaak uit te stellen tot na 5 september 2017. Hierover meer onder ‘De huidige Nederlandse situatie’.

  3. Hoe zit het met de levenslange straffen die worden opgelegd door de internationale tribunalen, zoals het Joegoslaviëtribunaal, het Rwandatribunaal en het Internationaal Strafhof?
  4. Die straffen worden in beginsel niet in Nederland ten uitvoer gelegd (zie de notitie van Merel Pontier, april 2016). Wij hebben deze vonnissen dan ook niet opgenomen in onze overzichten.

  5. Worden op de vroegere Nederlandse Antillen (Aruba, Curaçao en Sint Maarten) ook levenslange straffen opgelegd?
  6. Ja, maar deze veroordeelden zijn niet in onze overzichten opgenomen. Van deze veroordeelden hebben we namelijk geen exacte gegevens. Wel is bekend dat deze veroordeelden soms (tijdelijk) hun straf in Nederland ondergaan.

  7. Hoe komt het Forum aan zijn gegevens?
  8. De advocaten Anker en Anker hebben een lijst bijgehouden van levenslanggestraften. Deze lijst hebben zij in 2008 aan het Forum beschikbaar gesteld. Vanaf toen zijn de cijfers bijgehouden door Wiene van Hattum en haar studenten (inmiddels ex-studenten) van de Rijksuniversiteit Groningen. In de Nieuwsbrief worden de actuele statistieken telkens opgenomen. Het ministerie hield de gegevens tot voor kort niet bij. Het aantal zoals dat door het Forum is bijgehouden, is in 2013 door het Ministerie van Veiligheid en Justitie gecontroleerd en juist bevonden.


 

De delicten

  1. Voor welke delicten zitten degenen die nu levenslang gestraft zijn vast?
  2. De veroordeelden zitten allemaal vast wegens moord (art. 289 Sr) of doodslag onder verzwarende omstandigheden (288 Sr). Alleen Mohammed B. (moordenaar van Theo van Gogh) zit vast wegens twee andersoortige feiten: de moord op Theo van Gogh (‘moord met terroristisch oogmerk’, art. 289 en 83a Sr) en ‘het verhinderen van Kamerlid Ayaan Hirsi Ali om haar functie uit te oefenen’ (art. 121 Sr).

  3. Wat is het verschil tussen moord en doodslag?
  4. ‘Moord’ is het opzettelijk en met voorbedachte rade, dus met een vooropgezet plan, iemand van het leven beroven. ‘Doodslag’ houdt in dat je iemand van het leven berooft zonder een plan, maar in een gemoedsopwelling. Wel moet er opzet in het spel zijn, anders is het maximaal ‘dood door schuld’. Voor doodslag kan alleen een levenslange straf worden opgelegd als die doodslag is gepleegd onder ‘verzwarende omstandigheden’, dus zonder tevoren gemaakt plan, maar wel bijvoorbeeld om de buit te pakken te krijgen of om snel weg te komen en zo arrestatie te voorkomen. Voor een doodslag zonder die verzwarende omstandigheden kan maximaal 15 jaar gevangenisstraf worden opgelegd. Op 2 juni 2016 maakte de staatssecretaris van veiligheid en justitie bekend dat hij dit maximum wil verhogen. Zie hier de brief van de Staatssecretaris van 2 juni 2016. Over dit voorstel zal hij nog met de leden van de Tweede Kamer discussiëren.

  5. Kan dus alleen voor moord en doodslag onder verzwarende omstandigheden een levenslange straf worden opgelegd?
  6. Nee, naast moord en doodslag zijn nog meer misdrijven, waarop in de wet een levenslange straf is gesteld, zoals ‘een aanslag op de Koning’, ‘omverwerping van de regering’, ‘een minister of parlementslid verhinderen zijn taak uit te oefenen’. Ook het ‘ten tijde van oorlog hulp verlenen aan de vijand’ kan met een levenslange gevangenisstraf worden bestraft, evenals ‘brandstichting of gijzeling met de dood van iemand tot gevolg’ en ‘zware mishandeling met voorbedachten rade die de dood van iemand tot gevolg heeft, wanneer dit gebeurt om de bevolking angst aan te jagen’ (dus met een ‘terroristisch oogmerk’). Zie uitgebreider de volgende vraag.

  7. Welke delicten kunnen allemaal met een levenslange gevangenisstraf worden bestraft?
  8. Het Wetboek van Strafrecht (Sr) stelt een levenslange straf op overtreding van de volgende artikelen, indien het feit is begaan onder de in het artikel nader gestelde voorwaarden: 92 t/m 95a, 97 en 97a, 98a, 102, 108, 114a, 115, 117, 120a, 121, 140a, 157, 161quater, 164, 166, 168, 170, 174, 176a, 273f, 282a, 282b, 288, 288a, 289, 304a, 385a en 415.

    Voorts worden alle delicten in de Wet Internationale Misdrijven (WIM) met een levenslange gevangenisstraf bedreigd (denk aan genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, schending van de wetten en gebruiken van de oorlog).

  9. Is oplegging van een levenslange staf alleen mogelijk als meer dan één moord of doodslag onder verzwarende omstandigheden is gepleegd?
  10. Nee, één moord of doodslag onder verzwarende omstandigheden is voldoende voor het opleggen van een levenslange straf. Dat wil echter niet zeggen dat die straf ook opgelegd moet worden. Meestal wordt wegens deze delicten een tijdelijke gevangenisstraf opgelegd (die kan variëren van ca. 8 tot 18 jaren) al dan niet met de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS). Zo is in 2002 aan de moordenaar van Pim Fortuyn 18 jaar gevangenisstraf opgelegd (het maximum van de tijdelijke straf was toen twintig jaar).


 

De stijging van het aantal opleggingen ‘levenslang’

  1. Wordt de straf nu minder vaak opgelegd dan vroeger of juist vaker?
  2. Tussen 1870 en 1986 werd de straf gemiddeld één keer per twee jaar opgelegd; sinds 2000 gemiddeld twee keer per jaar. Het aantal opleggingen is intussen verviervoudigd.

  3. Wat is de reden dat levenslang tegenwoordig vaker wordt opgelegd?
  4. De oorzaak is nog niet onderzocht. Het Forum denkt dat het komt door de roep vanuit de samenleving om strengere straffen.

  5. Is de reden van de stijging van het aantal levenslange straffen dat ernstiger delicten worden gepleegd?
  6. Nee. Vroeger werden ook zeer ernstige delicten gepleegd. Het aantal moorden in Nederland is in vergelijking met voorgaande jaren juist gedaald: in 2004 kwamen 196 mensen om het leven door moord of doodslag; tussen 2004 en 2009 was het aantal slachtoffers dat om het leven kwam door moord of doodslag gemiddeld 179  per jaar. In 2014 was het aantal 144 en in 2015 was het aantal 120 (zie het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)). Dit laat zien dat het aantal gevallen van moord en doodslag al sinds 1996 daalt.


 

Is er een alternatief voor ‘levenslang’?

  1. Heeft de rechter een alternatief voor ‘levenslang’?
  2. Artikel 10 van het Wetboek van Strafrecht zegt dat in Nederland een gevangenisstraf ‘levenslang of tijdelijk’ is. De maximale tijdelijke gevangenisstraf is dertig jaar. Op slechts enkele delicten staat een levenslange gevangenisstraf (zie vraag 16). In die gevallen kan de rechter ook altijd kiezen voor een tijdelijke gevangenisstraf tot het maximum van dertig jaar. De keuze tussen een tijdelijke of een levenslange gevangenisstraf is dus aan de rechter.


 

Hoelang is ‘levenslang’ nu eigenlijk?

  1. Betekent dit dat iemand die gestraft is met een levenslange gevangenisstraf ook daadwerkelijk voor de rest van zijn leven in de gevangenis zit?
  2. Het antwoord op die vraag hangt af van wat ‘levenslang’ in artikel 10 van het Wetboek van Strafrecht betekent . In dit artikel staat: ‘De gevangenisstraf is levenslang of tijdelijk.’ De wet moet hier worden uitgelegd. Betekent ‘levenslang’ letterlijk ‘tot de dood erop volgt’ of iets anders, bijvoorbeeld ‘van onbepaalde duur’ of ‘zolang het nodig is’?

  3. Hoe moet de wet in dit geval worden uitgelegd?
  4. Om die vraag te beantwoorden is allereerst de wetsgeschiedenis van belang (1). Toen de levenslange gevangenisstraf wet in 1870 werd ingevoerd, wilde de minister dat de straf niet altijd tot het einde van iemands leven zou duren; vermindering van de straf moest mogelijk zijn. Die vermindering was mogelijk door het verlenen van gratie (over gratie zie vraag 28 e.v.). In de tweede plaats (2) kun je kijken naar de praktijk, of met andere woorden, naar hoe iets gedurende een langere tijd is gegaan. In de praktijk, van 1870 tot 1986, is de straf altijd door gratie verkort als dat mogelijk was. Men vond dat het mogelijk was als de veroordeelde geen gevaar meer voor de samenleving vormde en een flink aantal jaren had gezeten (in elk geval meer dan tien). Zo werden tussen 1870 en 1986 levenslanggestraften na gemiddeld 17 jaar detentie in vrijheid gesteld. In de derde plaats (3) kun je kijken naar de tekst van artikel 10 van het Wetboek van Strafrecht. Daarin staat ‘levenslang’ tegenover ‘tijdelijk’. Dat is een tegenstelling. Deze tegenstelling laat zien dat het begrip ‘levenslang’ zo kan worden  uitgelegd dat het betekent: een straf die niet tijdelijk is, maar van onbepaalde duur. Dat betekent dus niet dat het een straf moet zijn die in alle gevallen duurt ‘tot de dood erop volgt’. De vierde mogelijke uitleg (4) is dat je ‘levenslang’ letterlijk neemt, dus letterlijk ‘voor de rest van het leven’. Deze uitleg gebruiken de ministers en de staatssecretarissen sinds ongeveer 2004.

  5. Aan welke uitleg geeft het Forum de voorkeur?
  6. Het Forum vindt de letterlijke uitleg door de bewindslieden (4) onjuist, omdat deze geen rekening houdt met de wetsgeschiedenis en de praktijk. Die uitleg is bovendien in strijd met het verbod van een inhumane (onmenselijke) behandeling of bestraffing. Dat verbod staat in artikel 3 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) (zie onder ‘Over het EVRM en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

  7. Bestaat op dit moment nog steeds de mogelijkheid om een levenslange straf te verkorten?
  8. Ja, dat kan – nog steeds – door het verlenen van gratie (zie ook de vragen onder ‘Over gratie en het gratiebeleid’).


 

OVER GRATIE EN HET GRATIEBELEID

  1. Wat houdt ‘het verlenen van gratie’ in?
  2. Gratie is ‘het verminderen, veranderen of kwijtschelden’ van een door de rechter opgelegde straf die onherroepelijk is geworden.

  3. Waar wordt gratie geregeld?
  4. Gratie wordt geregeld in de Grondwet (artikel 122), in de Gratiewet 1987 en in het Wetboek van Strafvordering (artikelen 558 en verder).

  5. Wie verleent gratie?
  6. Op papier is dat de Koning. Feitelijk  is de minister  verantwoordelijk en neemt deze de beslissing. Als de minister gratie wil verlenen, doet hij een voorstel aan de Koning. De Koning volgt dit voorstel altijd. Als de minister geen gratie wil verlenen, hoeft hij het verzoek niet eens voor te leggen aan de Koning. Dan mag hij het zelf afwijzen. Wel is hij verplicht om advies te vragen aan de rechter die de straf destijds heeft opgelegd en ook moet hij advies vragen aan het Openbaar Ministerie.

  7. Wat is het doel van die adviezen van de rechter en van het Openbaar Ministerie?
  8. Het advies van het openbaar ministerie is vooral bedoel om recente informatie over de veroordeelde te verschaffen. Het advies van de rechter is bedoeld om de rechter die de straf destijds heeft opgelegd de gelegenheid te geven zich nog eens over de straf te beraden. Zijn advies is dan ook ‘leidend’. Dat betekent dat de minister daarvan in beginsel niet mag afwijken, ook niet als het advies van het Openbaar Ministerie anders luidt. Afwijken kan alleen als daar bijzondere redenen voor zijn. Dat bepaalde het Gerechtshof Den Haag op 5 april 2016.

  9. Wat zijn de redenen voor het verlenen van gratie?
  10. Er zijn twee redenen om gratie te verlenen (zie artikel 2 Gratiewet). Eén van de redenen (de zogenaamde ‘b-grond’) heeft speciaal betrekking op de (levens)lange gevangenisstraf. Wanneer het duidelijk is dat het laten voortduren van de straf geen zin meer heeft, omdat het doel dat met de straf werd beoogd, is bereikt, kan aan gratie gedacht worden. De straf is vanaf dat moment dus zinloos en daarom niet meer rechtvaardig. Te denken valt aan de situatie waarin iemand zó lang in de gevangenis heeft gezeten, dat vastgesteld kan worden, dat hij voldoende heeft geboet voor zijn daad en daarnaast, dat hij geen gevaar meer vormt voor de samenleving.

    De andere reden (de zogenaamde ‘a-grond’) heeft het oog op tijdelijke gevangenisstraffen, geldboetes en taakstraffen. Deze grond gaat over feiten  die zijn gebeurd na oplegging van de straf, waardoor de rechter c.q. minister de straf wil aanpassen (de wet spreekt van ‘een omstandigheid waarmee de rechter op het moment van de veroordeling geen rekening heeft gehouden of heeft kunnen houden’). Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie moet je denken aan ‘sterk veranderde leefomstandigheden, zoals ziekte, het verkrijgen van een (vaste) baan, een eigen bedrijf,  een geslaagd afkicktraject en de zorg voor een gezin’. Vaak gaat het om een combinatie van dergelijke omstandigheden, aldus de minister.

  11. Hoe ziet het gratiebeleid voor levenslanggestraften er nu uit?
  12. Sinds ongeveer 2004 is het vast beleid dat levenslanggestraften wel gratie kunnen verzoeken, maar dat ze geen gratie kunnen krijgen. Het is als het ware een papieren mogelijkheid geworden.

  13. Hebben die rechters dan geen invloed op de gratiebeslissing?
  14. Volgens de makers van de Gratiewet is het advies van de rechter leidend, dat wil zeggen, dat hun advies heel zwaar weegt.  Het is niet de bedoeling dat de minister een door de rechter opgelegde straf eenvoudig opzij schuift, en ook niet dat hij zijn eigen oordeel  in de plaats stelt van dat van de rechter. In de oude gratiepraktijk voor levenslanggestraften volgde de minister dan ook bijna altijd het advies van de rechter om wel of geen gratie te verlenen. De laatste jaren is dat niet meer zo; de Minister of de Staatssecretaris heeft de laatste jaren het advies van het Openbaar Ministerie zwaarder laten wegen. Het Gerechtshof Den Haag heeft echter op 5 april 2016 geoordeeld dat het advies van de rechter gevolgd zou moeten worden, tenzij sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. ‘Bijzondere omstandigheden’ zijn niet: een advies van het Openbaar Ministerie dat anders luidt dan het advies van de rechter.

  15. Wat hield die gratieverlening toen dan precies in?
  16. Meestal werd de straf  omgezet in een tijdelijke straf van een bepaalde duur (bijvoorbeeld achttien of dertig jaar) en moest daarvan nog een gedeelte worden uitgezeten. Na twee derde deel van die tijdelijke straf kon de veroordeelde voorwaardelijk worden vrijgelaten. Het resterende (een derde) deel (of een deel daarvan) moest soms in een behandelkliniek worden doorgebracht om de terugkeer naar de maatschappij soepel te kunnen laten verlopen. Ook werd wel eens voorwaardelijk gratie verleend. Dan kon de levenslange straf ‘herleven’ als de betrokkene zich niet aan de voorwaarden voor gratieverlening hield. Tussen 1945 en 1980 is 15 keer een levenslange gevangenisstraf opgelegd die ook onherroepelijk is geworden. Deze straffen werden door gratie omgezet in een tijdelijke gevangenisstraf. Eén veroordeelde kreeg voorwaardelijke gratie, dat wil zeggen dat de levenslange gevangenisstraf dus niet werd omgezet in een tijdelijke, maar in een voorwaardelijke levenslange gevangenisstraf. De laatste van deze groep veroordeelden kreeg gratie in 1986. Zie de grafiek en de tabellen elders op de website.

  17. Hoe zag het gratiebeleid voor levenslanggestraften er vroeger uit?
  18. Uit een overzicht van 1889 tot 1963, gemaakt door het ministerie van Justitie, blijkt dat niet één levenslange straf tot de dood ten uitvoer is gelegd. Wel zijn sommige veroordeelden binnen 10 jaar na oplegging van de straf overleden, nog voordat gratie kon worden overwogen.

  19. Wat is het verschil tussen voorwaardelijk vrijlaten en voorwaardelijk gratie verlenen?
  20. Bij het voorwaardelijk vrijlaten van een levenslanggestrafte is de levenslange gevangenisstraf eerst omgezet in een tijdelijke straf. De levenslange gevangenisstraf is dus veranderd in een tijdelijke straf. Als de veroordeelde de voorwaarden overtreedt, moet hij het restant van de tijdelijke straf alsnog ondergaan. Bij het voorwaardelijk verlenen van gratie wordt de tenuitvoerlegging van de levenslange straf voorwaardelijk beëindigd en blijft de levenslange gevangenisstraf in stand. Dit betekent dat wanneer de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden voor het verlenen van gratie houdt, de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf kan worden hervat  en de veroordeelde dus weer voor onbepaalde duur kan worden opgesloten.

  21. Is van deze levenslanggestraften aan wie gratie werd verleend, iemand in herhaling gevallen?
  22. Er zijn geen gevallen bekend dat een levenslanggestrafte na voorwaardelijke vrijlating in herhaling is gevallen.

  23. Is sinds 1986 nooit meer gratie verleend?
  24. In 2009 is nog eenmaal gratie verleend aan een levenslanggestrafte. Dat was, omdat hij terminaal ziek was. Hij kreeg gratie om thuis te kunnen sterven.

  25. Krijgt iemand, die terminaal ziek is, dus altijd gratie?
  26. Bij terminale ziekte wordt gratie verleend als een arts heeft bevestigd dat de betrokkene nog één à twee weken te leven heeft. Dan kan de veroordeelde thuis of in een ziekenhuis sterven. Gratie wordt echter alleen verleend, als de betrokkene geen gevaar meer oplevert voor de samenleving. Bovendien hangt gratieverlening af van het advies van de rechter.

  27. Is een gratieprocedure een geschikte procedure voor terminaal zieke gevangenen?
  28. Normaal gesproken duurt een gratieprocedure voor een levenslanggestrafte momenteel (2016) gemiddeld meer dan twee jaar en is deze route dus geen optie voor een terminaal zieke patiënt. Echter, indien door een arts wordt bevestigd dat hij verwacht dat de patiënt nog slechts één à twee weken te leven heeft, kan op heel korte termijn toch gratie worden verleend. Dat is in 2009 gebeurd.


 

Ander manieren om vrij te komen (behalve door ontsnapping)

  1. Bestaan er andere manieren om vrij te komen?
  2. Het is mogelijk om ‘strafonderbreking’ te krijgen. Strafonderbreking duurt maximaal drie maanden (artikel 34 Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting). De gevangene mag dan tijdelijk naar huis, bijvoorbeeld om iemand te verzorgen, of omdat hij zelf erg ziek is. Na de strafonderbreking moet de veroordeelde zich weer bij de gevangenis melden. Echt vrij komt hij dus niet. Strafonderbreking wordt in beginsel niet benut voor levenslanggestraften. Zie in de databank van de RSJ  de uitspraak van de Beroepscommissie over een dergelijk verzoek (no16/0239/GV (tussenbeslissing) d.d. 10 mei 2016.

    Naast gratie en strafonderbreking bestaat de mogelijkheid dat de rechter de levenslanggestrafte vrijlaat.

  3. Kan de rechter een gedetineerde zomaar vrijlaten?
  4. De rechter in civiele zaken (de burgerlijke rechter) kan iemand in vrijheid stellen als de tenuitvoerlegging van de straf ‘onrechtmatig’ is, dat wil zeggen ‘in strijd met  de wet of het recht’. Dat kan aan de orde zijn als de straf langer duurt dan de wet of het recht toestaat of als de straf wordt ten uitvoer gelegd onder omstandigheden die in strijd zijn met de wet of het recht. Dat de burgerlijke rechter ingrijpt is echter nog nooit voorgekomen. Dit is dus slechts een theoretische mogelijkheid. Dat komt (1) doordat de tenuitvoerlegging meestal niet onrechtmatig is en (2) andere juridische wegen bestaan om eventuele strijd met de wet of het recht op te lossen, namelijk door gratieverlening of door een beroep te doen op de penitentiaire rechter (de beroepscommissie van de RSJ).


 

Verhouding Nederland tot andere landen

  1. Hoe verhoudt de Nederlandse situatie voor levenslanggestraften zich tot andere Europese landen?
  2. Nederland biedt levenslanggestraften momenteel geen perspectief. Dat komt tot uitdrukking in de weigering van verlof en de weigering van gratie, ook na 25 jaar. Het Nederlandse beleid steekt af bij de meeste andere Europese landen. Het Forum is van mening dat dit in strijd is met de rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten voor de Mens (EHRM). De rechtspraak die van belang is, is de beslissing in de zaak Vinter tegen het Verenigd Koninkrijk. In paragraaf 68 van deze uitspraak staat welke landen een procedure kennen tot daadwerkelijke verkorting van de straf. Op 26 april 2016 deed het Europese Hof ook uitspraak in een zaak tegen Nederland (Murray tegen Nederland). In deze zaak stelde het EHRM vast dat Nederland het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) schendt.


 

OVER HET EVRM EN HET EUROPESE HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS (EHRM)

  1. Wat is EVRM?
  2. Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (zie hier de tekst van het EVRM).

  3. Wat heeft dit verdrag met de levenslange gevangenisstraf te maken?
  4. In het EVRM staat niets over de levenslange gevangenisstraf, maar wel staat in artikel 3 van het verdrag dat ‘niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen’. Deze bepaling is door het EHRM uitgelegd naar aanleiding van een aantal klachten die aan het EHRM zijn voorgelegd door levenslanggestraften.

  5. Wat zegt het EHRM over de levenslange gevangenisstraf?
  6. Het EHRM is van oordeel dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf niet in strijd is met het EVRM. Als de tenuitvoerlegging echter in strijd is met het verbod van foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM, dan mag de straf ook niet worden opgelegd.

  7. Wat is er nodig om te voldoen aan de eisen van artikel 3 EVRM opdat de tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf niet wordt beschouwd als ‘foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing?
  8. Het EHRM zegt hierover in de zaak van Vinter en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk (9 juli 2013):

    • Wanneer een levenslanggestrafte begint aan het uitzitten van zijn straf, moet voor hem duidelijk zijn wanneer het moment komt dat zijn straf opnieuw beoordeeld zal worden. Het doel van de nieuwe beoordeling is te onderzoeken of een (voorwaardelijke) invrijheidstelling van de veroordeelde mogelijk is. Dit noemt het Hof ‘prospect of release’ (‘vooruitzicht op vrijlating’). Elk land waar levenslang kan worden opgelegd, moet dus een ‘herzieningsmechanisme’ (‘review mechanism’) hebben.
    • Bij die herziening moet worden beoordeeld of de levenslanggestrafte zich zodanig heeft ontwikkeld dat de straf niet langer nodig is. Een straf is niet meer nodig wanneer deze niet meer zorgt voor boetedoening of bescherming van de maatschappij. Vanaf dat moment is een straf dus nutteloos en daarmee onrechtvaardig.
    • De veroordeelde hoort vanaf het begin van zijn straf niet alleen te weten dat hij weer vrij kan komen op een bepaald moment, maar ook wat de voorwaarden hiervoor zijn. Hij moet dus vanaf het beginpunt weten wat hij kan doen om in aanmerking te komen voor vrijlating.
    • Het EHRM sluit niet uit dat een levenslange gevangenisstraf tot de dood moet worden tenuitvoergelegd. Als een kans op herhaling blijft bestaan, mag de staf worden voortgezet. Op zichzelf mag dus een levenslange straf worden opgelegd en mag deze ook levenslang duren, maar dan moet de straf wel aan  de bovenstaande eisen voldoen.

  9. Hoe luidt de uitspraak in de zaak Vinter/VK samengevat?
  10. Samengevat luidt het oordeel van het EHRM in de zaak Vinter/VK: er moet vooruitzicht op invrijheidstelling worden geboden en er moet een mechanisme bestaan, waarmee getoetst kan worden of de veroordeelde zich voldoende heeft verbeterd en of hij nog gevaarlijk is. Deze toets moet binnen 25 jaar na oplegging van de straf kunnen plaatsvinden. Getoetst moet worden: ‘of zich zodanige veranderingen aan de zijde van de veroordeelde hebben voltrokken en zodanige vooruitgang is geboekt in zijn of haar resocialisatie, dat verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet langer is gerechtvaardigd’ (de zogenaamde Vinter-toets).

  11. Waarom vindt het EHRM dat elke levenslanggestrafte uitzicht moet hebben op vrijlating?
  12. Voor deze opvatting heeft het EHRM drie redenen:

    1. de oorspronkelijke strafdoelen kunnen op den duur in een andere verhouding tot elkaar komen te staan (zo kan iemands gevaarlijkheid afnemen en de roep om vergelding ook)
    2. het is niet proportioneel dat een straf langer wordt naarmate de veroordeelde langer leeft, terwijl de veroordeelde niet de kans krijgt zich te verbeteren, en
    3. een onverkortbare straf is in strijd met ‘de menselijke waardigheid’. Of in andere woorden: een mens is gaan ‘afval’ (human waste).

  13. Is er wel eens een Nederlandse zaak betreffende levenslang aan het EHRM voorgelegd?
  14. Ja, de laatste keer was dat Murray tegen Nederland. Het EHRM herhaalt in deze uitspraak, van 26 april 2016, wat het in de zaak Vinter/Verenigd Koninkrijk heeft gezegd (zie vraag 48). Daaraan voegt het EHRM nieuwe richtlijnen toe. Murray was namelijk verstandelijk gehandicapt en had een stoornis toen hij zijn delict pleegde. Hij zat zijn straf  uit in een gewone gevangenis zonder dat er aandacht werd besteed aan zijn geestelijke ontwikkeling. Omdat hij geen behandeling kreeg zou hij nooit kans maken uit de gevangenis te komen. Hij had dus vanaf het begin geen enkel uitzicht op invrijheidstelling. Dit duurde al met al 33 jaar. Het EHRM vindt dat Nederland zich actiever had moeten opstellen en had moeten onderzoeken of Murray door behandeling wellicht stappen vooruit had kunnen maken. Zie de website van het Forum voor een uitgebreidere uiteenzetting.

  15. Heeft Nederland zich dus schuldig gemaakt aan schending van artikel 3 EVRM?
  16. Ja, Nederland heeft zich schuldig gemaakt aan de overtreding van het verbod op marteling, dan wel onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Het Hof heeft niet aangegeven welk onderdeel van artikel 3 EVRM hier aan de orde is.

  17. Heeft het EHRM zich ook uitgelaten over het huidige beleid voor levenslanggestraften in Nederland?
  18. Nee, het EHRM heeft een uitspraak gedaan in de zaak van de heer Murray. Deze zaak speelde zich af op de voormalige Nederlandse Antillen. Maar in zijn uitspraak heeft het EHRM wel aanwijzingen gegeven hoe de lidstaten bij het EVRM moeten handelen in soortgelijke situaties, namelijk van levenslanggestraften die aan een stoornis lijden. De lidstaten moeten deze mensen in staat stellen zich door middel van behandeling of programma’s te verbeteren. Deze behandelingen of programma’s moeten aan hen worden aangeboden. Zie nader de website van het Forum.

  19. Wat moet Nederland nu doen?
  20. Nederland moet de aanwijzingen van het EHRM in acht gaan nemen. Dat kan (1) door de Gratiewet ook feitelijk toe te passen (dus door gratie te verlenen op basis van de ontwikkeling van de gestrafte) of (2) door een nieuwe regeling te ontwerpen, waarin de rechter wordt aangewezen om de Vinter-toets (zie vraag 49) te verrichten. In dat laatste geval moet de wet worden veranderd (zie onder Wetsvoorstel).

    In de tweede plaats moeten levenslanggestraften actiever worden ‘gevolgd’, dat wil dat  de overheid/ het gevangenispersoneel actief in de gaten moet houden of deze gedetineerden geholpen moeten worden bij hun wens om zich te verbeteren of van hun stoornis te genezen.

  21. Waarom moet Nederland zich beslist aan de uitspraken van het EHRM houden?
  22. Wanneer een Staat verdragspartij wordt bij het EVRM, bindt die Staat zich aan dat verdrag; hij wordt ‘Lidstaat’. Dat betekent dus, dat die Lidstaat de regels van het verdrag niet mag overtreden. In artikel 46 van het EVRM staat dat de uitspraken van het EHRM bindend zijn voor de verdragspartijen die partij zijn bij een zaak die door het EHRM is behandeld. Alle landen die verdragspartij (lidstaat) zijn, moeten zich dus aan de uitspraken van het EHRM  houden. In dit geval waren de uitspraken ook nog van de Grote Kamer van het EHRM, die hebben nog meer gezag dan die van de gewone kamer.

  23. Wat betekent ‘Grote Kamer’?
  24. De Grote Kamer van het EHRM bestaat uit 17 rechters, allemaal uit verschillende landen. Deze Kamer behandelt zaken die eerst bij een gewone kamer, met vijf rechters, aan de orde is gekomen en die zo belangrijk worden gevonden dat de zeventien rechters van de Grote Kamer zich erover moeten uitspreken (zie artikel 43 EVRM).

  25. Wat gebeurt er als Nederland zich niet aan een uitspraak van het EHRM tegen Nederland houdt?
  26. Wanneer Nederland zich niet aan een uitspraak houdt, kan het EHRM Nederland een soort ‘boete’ opleggen telkens als zich een dergelijke zaak  voordoet. Uiteindelijk kan Nederland – als het te lang ‘ongehoorzaam’ is – uit de Raad van Europa gezet worden, maar dit is zo uitzonderlijk dat niet is te verwachten dat het ooit gebeurt.

  27. Hoe komt een zaak eigenlijk bij het EHRM?
  28. Individuen kunnen bij het EHRM een klacht indienen tegen een land dat is aangesloten bij het EVRM en dat zich schuldig maakt aan een schending van het verdrag (zie artikel 33 en 34 EVRM).


 

DE HUIDIGE NEDERLANDSE SITUATIE

  1. Houdt Nederland zich momenteel aan de uitspraken van het EHRM over de levenslange gevangenisstraf, met name aan de uitspraak van de Grote Kamer in de zaken Vinter en Murray?
  2. De Staatssecretaris vindt de gratieprocedure zoals die nu wordt toegepast voldoende. Hij vindt voorts dat de gevoelens van de nabestaanden en de slachtoffers en de impact van een eventuele vrijlating van de veroordeelde op de samenleving redenen zijn om de levenslange gevangenisstraf voor onbepaalde tijd voort te laten duren. Op 2 juni 2016 heeft hij echter een voorstel gedaan om meer tegemoet te komen aan de voorwaarden die het EHRM stelt. Zijn voorstel is dat na minimaal 25 jaar begonnen kan worden met het bieden van meer vrijheden aan levenslanggestraften, maar alleen bínnen de muren van de gevangenis. Hij vindt het niet nodig om binnen de eerste 25 jaar van de straf een start te maken met resocialisatie. Zie hier de brief van de staatssecretaris waar dit in staat.

  3. Waarop baseert de staatsecretaris zijn nieuwe beleid?
  4. Hij doet daarvoor een beroep op de stelling dat de strafrechter er bewust voor kiest iemand voor de rest van zijn leven op te sluiten. De rechter kiest immers bewust voor levenslang in plaats van  de maximale tijdelijke gevangenisstraf van dertig jaar.

  5. Wat vindt het Forum van dit argument?
  6. Het Forum vindt dit geen steekhoudend argument. Een rechter kan niet zo ver in de toekomst kijken dat hij bij de oplegging van de straf  al weet hoe de situatie van de veroordeelde na een detentie van twintig jaar, of nog langer is. Hij weet bijvoorbeeld niet of die persoon dan nog steeds gevaarlijk is en of die persoon nog steeds geen berouw toont of helemaal geen spijt heeft van wat hij heeft aangericht.

  7. Is de aanpassing die de staatssecretaris op 2 juni 2016 voorstelde voldoende om aan de voorwaarden van het EVRM te voldoen?
  8. Nee, die aanpassing is niet voldoende. Allereerst niet, omdat de staatssecretaris geen afstand neemt van het beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd en dat louter op vergelding berust. Het EHRM vraagt van de regering juist een beleid waaraan het resocialisatiebeginsel ten grondslag ligt, d.w.z. een beleid dat is gericht op eventuele terugkeer in de samenleving. Het gedurende minimaal 25 jaar niet willen investeren in de rehabilitatie van de veroordeelde is hiermee in strijd. Ook omvat dit plan geen procedure die waarborgt dat de veroordeelde regelmatig wordt gezien en dat wordt onderzocht hoe de veroordeelde zich lichamelijk en geestelijk ontwikkelt en of hij in die ontwikkeling steun nodig heeft. Deze regelmatig terugkerende onderzoeken zijn noodzakelijk om na 25 jaar de toets uit te voeren die het Europese Hof verlangt, namelijk of er zodanige vorderingen zijn gemaakt en het recidiverisico zodanig is verminderd dat er sprake kan zijn van voorwaardelijke invrijheidstelling (de Vinter-toets). Daarbij komt dat in dit plan geen aparte aandacht wordt besteed aan gedetineerden met een stoornis. Dit staat haaks op de hierboven aangehaalde uitspraak Murray tegen Nederland, waarin het Hof juist de positieve verplichting van de Staat benadrukt om de noodzakelijke hulp te bieden aan degenen die zich door hun stoornis niet op eigen kracht kunnen verbeteren. Zie hier de volledige reactie van het Forum Levenslang.

  9. Hoe denken andere instanties over het beleid van de staatssecretaris?
  10. De Beroepscommissie van de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) is het niet eens met dit beleidsplan omdat het niet voldoet aan de eisen die het EHRM stelt. Lees hier de reactie van de RSJ.

    De Nationale Ombudsman (NO) heeft al eerder laten weten het niet eens te zijn met het beleid  van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Lees hier het rapport van de NO.

  11. Hoe denkt de Hoge Raad (HR) over de brief van de Staatssecretaris?
  12. Op 5 juli 2016 liet de Hoge Raad weten dat de overheid de rechtspraak van het EHRM volledig moet toepassen. Op dit moment ontbreekt naar het oordeel van de Hoge Raad het mechanisme om de herbeoordeling uit te voeren zoals het EHRM verlangt. De Hoge Raad geeft regering en parlement een jaar de tijd (namelijk tot 5 september 2017) om de regelgeving in overeenstemming met beide hierboven genoemde uitspraken van het EHRM te brengen. Zie hier het arrest van de Hoge Raad.

  13. Wat is eigenlijk een brief van de staatssecretaris?
  14. Het is een brief die de Staatssecretaris aan de voorzitter van de Tweede Kamer stuurt en waarin hij iets aan de Kamer meedeelt, in dit geval een beleidswijziging. De brief is bedoeld om de Tweede Kamer op de hoogte te stellen van zijn voornemen, en om alvast stof te geven voor gesprek in verband met het Kamerdebat dat door de Kamer is aangevraagd over dit onderwerp. Dit debat wordt na de zomer van 2016 verwacht.

  15. Wat voor gewicht heeft de brief?
  16. De brief zal door de leden van de Tweede Kamer besproken worden. Het te wijzigen beleid van de Staatssecretaris  zal in ieder geval  aan de eisen van het EHRM –  die nu zijn overgenomen door de Hoge Raad – moeten voldoen. Anders is het beleid straks in strijd met de rechtspraak.

  17. Op welke punten precies staat het huidige Nederlandse ‘levenslangbeleid’ op gespannen voet met de uitspraken van het EHRM?
  18. Op dit moment worden aan levenslanggestraften geen activiteiten aangeboden die gericht zijn op terugkeer in de samenleving, ook niet als ze al meer dan 25 jaar in detentie verblijven. Met het aanbieden van die activiteiten moet nu een begin worden gemaakt. Dat dient immers ruim binnen die 25 jaar te gebeuren, want na  25 jaar moet de vraag kunnen worden beantwoord: ‘of zich zodanige veranderingen aan de zijde van de veroordeelde hebben voltrokken en zodanige vooruitgang is geboekt in zijn of haar resocialisatie, dat verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet langer is gerechtvaardigd’ (de Vinter-toets). Levenslanggestraften moeten dus worden behandeld als gedetineerden die op den duur kunnen terugkeren in de vrije samenleving (tenzij ze nog als gevaarlijk worden beschouwd).

  19. Mogen levenslanggestraften dus meteen al op verlof?
  20. Nee. De actieve opstelling die van de gevangenisautoriteiten wordt verwacht, betekent natuurlijk niet dat de gestrafte direct voor verlof in aanmerking kot, maar wel dat hem de mogelijkheid moet worden geboden zich te ontwikkelen (cursussen te volgen, werk te verrichten, aan zelfontwikkeling te doen) en om medische, psychiatrische en of psychologische hulp te krijgen als dat met het oog op hun terugkeer in de samenleving nodig is. Begint men daar pas na 25 jaar mee, dan is de kans niet uitgesloten dat de gestrafte misvormd is geraakt door het systeem waar hij die 25 jaar in heeft gezeten (dit heet: ‘geïnstitutionaliseerd’ is geraakt).

  21. Maar levenslanggestraften hebben toch iets heel verschrikkelijks gedaan en dus de ergste straf verdiend?
  22. Ja, zij krijgen dan ook de zwaarste straf. Zekerheid dat ze zullen terugkeren in de vrije samenleving is er niet. Ze moeten er zelf aan werken, en soms is dat niet genoeg, bijvoorbeeld als zij lijden aan een stoornis die maakt dat zij gevaarlijk blijven. Dit neemt niet weg dat de straf  toch gericht moet zijn op hun resocialisatie. Dat volgt uit de eis van ‘de menselijke waardigheid’ (‘human dignity’ in de woorden van het EHRM). Wat de nabestaanden vinden en wat de samenleving van de vrijlating vindt, mag niet de doorslag geven. Met deze gegevens kan wel rekening worden gehouden bij het bepalen van eventuele voorwaarden voor vrijlating.


 

HET WETSVOORSTEL VAN HET FORUM

  1. Wat bepleit het Forum, zodat Nederland voldoet aan de eisen van artikel 3 EVRM?
  2. Het Forum wil een rechterlijke toets. Die bestaat uit (1) een regeling voor voorwaardelijke invrijheidstelling van levenslanggestraften en (2) een volgprocedure. De regeling voor voorwaardelijke invrijheidstelling maakt het mogelijk dat de rechter een verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling van een levenslanggestrafte beoordeelt en hem voorwaardelijk in vrijheid kan stellen. De volgprocedure voorziet in een regelmatig onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.


 

De door het Forum voorgestelde rechterlijke toets

  1. Hoe moet die rechterlijke toets eruit zien?
  2. Zie hiervoor het wetsvoorstel op de website van het Forum Levenslang. Kort samengevat, houdt het wetsvoorstel het volgende in: een levenslanggestrafte kan voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld indien de straf tenminste 20 jaar heeft geduurd en hij geen gevaar meer oplevert voor de samenleving. De rechter beslist. De veroordeelde kan dan dus voorwaardelijk vrijkomen. Dit betekent, dat hij zich moet houden aan de voorwaarden. Als hij de voorwaarden overtreedt, kan hij weer worden ingesloten. Het verzoek kan niet eerder dan na 18 jaar worden ingediend en als de rechter het verzoek afwijst, kan het na drie jaar worden herhaald.

  3. Waarom moet deze rechterlijke toets na een termijn van 20 jaar plaatsvinden?
  4. De termijn van twintig jaren is gekozen, omdat een levenslanggestrafte niet eerder vrij moet kunnen komen dan iemand die tot de maximale tijdelijke straf van dertig jaar is veroordeeld. Degene die tot dertig jaar is veroordeeld wordt namelijk op zijn vroegst na 20 jaar voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Twintig jaar komt ook overeen met hoe dit in de landen om ons heen is geregeld en in de internationale afspraken tussen landen over overlevering van gedetineerden (zie artikel 5, lid 2, van het Kaderbesluit Europees Arrestatiebevel).

  5. Wat zegt het EHRM over de termijn?
  6. Het EHRM heeft hierover gezegd dat een proportionele (juiste/geschikte) termijn voor boetedoening in Europa gemiddeld 25 jaar is. Na 25 jaar zou een levenslanggestrafte dus lang genoeg zijn gestraft. Vanaf dat moment moet worden gekeken of nog andere redenen bestaan om de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf voort te zetten: uiterlijk na deze termijn moet dus een toets van de straf plaatsvinden. 25 Jaar is volgens de berekening van het Forum echter aan de zeer voorzichtige kant. Wiene van Hattum heeft berekend dat de gemiddelde termijn in Europa waarbinnen een toetsing plaatsvindt nog geen 20 jaar is. Zie hier voor het artikel waarin dit staat (p. 1960 bovenaan).

  7. Hoe kan een rechter nu beoordelen of de opgelegde levenslange gevangenisstraf niet meer nodig is?
  8. De belangrijkste vraag die de rechter moet beoordelen is of het gevaar dat een gedetineerde voor de maatschappij oplevert, geweken is. Daarover kan hij zich laten voorlichten door gedragsdeskundigen (zoals een psychiater of een psycholoog) die elke vijf jaar een screening verrichten (zie de vragen hierna). Verder kan de rechter rekening houden met de nabestaanden en/of slachtoffers door het stellen van  voorwaarden, zoals de voorwaarde dat de veroordeelde geen contact opneemt met de nabestaanden en/ of slachtoffers of zich niet in hun buurt vestigt.


 

De volgprocedure zoals het Forum die graag ziet

  1. Wat wordt bedoeld met een volgprocedure?
  2. Een volgprocedure is het proces van begeleiding tijdens de detentie van levenslanggestraften. De begeleiding bestaat uit zorg, behandeling en het bieden van een perspectief op vrijlating aan gedetineerden. Zo zou elke vijf jaar een screening moeten plaatsvinden van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de veroordeelde.

  3. Waarom is een volgprocedure nodig?
  4. Het Forum vindt zo’n regelmatige screening belangrijk, omdat lange gevangenisstraffen een negatieve invloed hebben op de lichamelijke en psychische gezondheid van gedetineerden (detentieschade). Daarnaast zijn de rapporten van belang om het verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling goed te kunnen beoordelen.

  5. Wat wordt in een volgprocedure allemaal specifiek bekeken en beoordeeld?
  6. Tijdens de volgprocedure kan gekeken worden hoe iemand zich in de loop der tijd gaat verhouden tot zijn delict. Dit houdt in dat beoordeeld wordt of een gedetineerde zich realiseert, dat hij het delict heeft gepleegd en hij daarbij slachtoffers heeft gemaakt. Ook kan worden onderzocht  hoe hij zich opstelt en wil gedragen tegenover die slachtoffers, hoe zwaar de gevangenisstraf voor hem is en in welke mate hij daar psychisch en/of lichamelijk onder lijdt. Deze gegevens zijn van groot belang voor de rechter op het moment dat hij moet oordelen over een verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling.


 

Afschaffen levenslange gevangenisstraf?

  1. Kan de levenslange gevangenisstraf naar de mening van het Forum niet net zo goed worden afgeschaft?
  2. Nee. Levenslange opsluiting is nodig, wanneer iemand een blijvend gevaar vormt voor de maatschappij. Wel zou voor de duidelijkheid in artikel 10 van het wetboek van strafrecht het woord ‘levenslang’ kunnen worden gewijzigd in ‘straf voor onbepaalde duur’. Dan kan de straf ook echt tot aan de dood duren, als dat voor de bescherming van de maatschappij noodzakelijk is en kan die straf worden verkort, als deze haar doel heeft gediend. Zo kan de rechter voor deze straf kiezen, ondanks dat hij niet in de verre toekomst kan kijken en dus niet weet hoe lang de straf zou moeten duren om haar doel te bereiken.


 

ANDERE LANDEN

  1. Kennen andere West-Europese landen een mogelijkheid van vervroegde vrijlating voor levenslanggestraften?
  2. Ja, bijna alle West-Europese landen kennen de mogelijkheid om levenslanggestraften voorwaardelijk in vrijheid te stellen. Zie onder ‘wat is levenslang/buitenland.

  3. Hoe is de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf geregeld in bijvoorbeeld Duitsland?
  4. Net als in Nederland kan in Duitsland gratie worden verleend aan levenslanggestraften. Maar naast gratie bestaat de regeling dat de rechter na 15 jaar onderzoekt of een voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk is. Bij zeer ernstige feiten is die termijn 20 jaar. De Duitse regeling komt dus neer op een beoordeling na 15 of 20 jaar door een rechter of de levenslanggestrafte voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld.

  5. Hoe is de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf geregeld in bijvoorbeeld Engeland?
  6. De Britse ‘life sentence’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel dient ter vergelding en afschrikking (dit heet de ‘tariff’) en het tweede deel dient ter beveiliging van de samenleving. De rechter bepaalt het eerste deel van de straf en dit deel moet altijd geheel ten uitvoer worden gelegd. Of de veroordeelde daarna ook nog gedetineerd moet blijven, is afhankelijk van de vraag hoe gevaarlijk hij dan nog is. Indien de rechter beslist dat hij geen gevaar meer vormt voor de samenleving, wordt hij vrijgelaten. Deze vrijlating is voorwaardelijk en kan altijd worden herroepen . Alleen gratie kan de veroordeelde zijn volledige vrijheid terug geven. Vinter had een ‘whole life tariff’ en daarmee was de duur van de vergelding vastgesteld op de duur van ‘zijn hele leven’. Zonder een review procedure die deze ‘whole life tariff’ kon verkorten, was dat in strijd met het EVRM.


 

HET ‘DAGPROGRAMMA’ VAN EEN LEVENSLANGGESTRAFTE

  1. Hoe ziet een dag van een levenslanggestrafte eruit?
  2. Dit hangt af van de inrichting waar hij zich bevindt. Als hij nog niet onherroepelijk veroordeeld  is, verblijft hij in een ‘huis van bewaring’. Dit heeft een vrij streng regiem. Nadat zijn veroordeling onherroepelijk is geworden, wordt hij overgeplaatst naar een regiem dat past bij wat over hem bekend is (is hij vluchtgevaarlijk, is hij geschikt om met anderen op een afdeling te verblijven, heeft hij medische behandeling nodig, heeft hij zelf de voorkeur voor een bepaalde gevangenis, in verband met familiebezoek, etc. etc.?). Het dagprogramma in een gewone gevangenis bestaat uit een ochtend en een middagprogramma. De helft van de dag is er arbeid en de andere helft van de dag is bestemd voor alle andere bezigheden, zoals: sport, bezoek ontvangen, naar de verpleegkundige, telefoneren, douchen, bibliotheek. Om ca. half acht ’s-ochtends worden de gedetineerden uit hun cel gelaten en om ca. half vijf ’s-middags worden zij weer in hun cel ingesloten.

  3. In welke inrichtingen verblijven levenslanggestraften?
  4. Levenslanggestraften verblijven in beginsel in gewone, beveiligde, gesloten gevangenissen, tussen de andere gedetineerden. Sommigen verblijven in een extra beveiligde inrichting (EBI). Daar hebben zij weinig of geen contact met andere gedetineerden. Enkelen zijn opgenomen in een TBS-kliniek, omdat zij aan een stoornis lijden en behandeling nodig hebben. Sinds enige jaren worden echter levenslanggestraften niet meer in een TBS-kliniek geplaatst. Dat heeft te maken met het gewijzigde beleid (het levenslang= levenslangbeleid). In plaats daarvan worden degenen die behandeling nodig hebben tijdelijk (maximaal zes maanden) in een PPC (Penitentiair Psychiatrisch Centrum) geplaatst.

  5. Hoeveel levenslang gestraften verblijven op dit moment in een TBS-kliniek en hoeveel in een PPC?
  6. Volgens de gegevens van het Forum (juli 2016) zitten twee levenslanggestraften in een TBS-kliniek en ten minste twee in een PPC.

  7. Bestaan er geen bijzondere gevangenissen voor levenslanggestraften?
  8. Nee. Ca. anderhalf jaar is sprake geweest van een bijzondere afdeling. Daar verbleven vier levenslanggestraften en zestien langgestraften. Zij mochten hun gemeenschappelijke ruimte zelf inrichten en zij konden op elk moment van de dag hun eigen tuin inlopen. Daar bouwden zij een hok voor kippen en begonnen zij een moestuin. Deze afdeling werd gesloten toen de gevangenis (Norgerhaven, in Veenhuizen) aan de Noorse autoriteiten werd verhuurd (medio 2015). Momenteel (juli 2016) wordt wel weer geëxperimenteerd met een (speciale) unit voor levenslanggestraften, namelijk in de gevangenis in Heerhugowaard.

  9. Is een levenslanggestrafte verplicht te werken in de gevangenis?
  10. De wet zegt van wel. Maar, omdat arbeid gezien wordt als middel om te resocialiseren en de huidige tenuitvoerlegging van de levenslange straf niet op resocialisatie is gericht, vond  de rechter tot voor kort dat een levenslanggestrafte niet verplicht kan worden om te werken. Zie voor de uitspraak van de rechter hier.

  11. Heeft een levenslanggestrafte vrije tijd?
  12. Elke gevangene in een gevangenis heeft een dagprogramma. Hij mag op weekdagen om 7.30 uit zijn cel en wordt om 16.45 weer ingesloten. Daartussen moet hij doen wat in zijn programma staat: arbeid (als hij zich daarvoor heeft opgegeven), luchten (minimaal een uur per dag), insluiting voor de middagmaaltijd, bezoek ontvangen (maximaal tweemaal per week een uur of eenmaal twee uur), bezoek aan bijvoorbeeld verpleegkundige, tandarts, kapper en niet-ingevulde tijd.

  13. Heeft hij bijvoorbeeld vrije uren, waarin hij kan kiezen wat hij gaat doen. Bijvoorbeeld studeren of lezen?
  14. Zie de vraag hiervoor: ja. Op cel kan worden gelezen en televisie worden gekeken.

    Soms zitten twee gedetineerden op één cel (van 2,5 bij 3 meter) met een stapelbed en hangt aan het voeteneind van elk bed een televisie. Levenslanggestraften zijn niet uitgesloten van ‘twee op één cel’, maar tot op heden worden zij ontzien.

  15. Wat voor activiteiten bestaan er voor levenslanggestraften?
  16. Er zijn geen bijzondere activiteiten.

  17. Heeft een levenslanggestrafte contact met andere gevangenen?
  18. Ja, en soms meer dan hem lief is. Sommige levenslanggestraften willen liever niet dat kortgestraften op hun afdeling komen, omdat die het niet altijd zo nauw zouden nemen met de regels. Dat geeft onrust en daar heeft een levenslanggestrafte geen baat bij. Bovendien kunnen levenslanggestraften moeite hebben met het feit dat zij voortdurend geconfronteerd worden met medegevangenen, die anders dan zij wel een resocialisatietraject hebben en na enige tijd weer in vrijheid worden gesteld.

  19. Mag een levenslanggestrafte brieven schrijven?
  20. Ja, net als de andere gedetineerden. Er bestaat wel controle op de brieven, net als op de telefoongesprekken.

  21. Mag hij skypen?
  22. Skypen is in opkomst. Voor alle gedetineerden die familie in het buitenland hebben, is deze mogelijkheid van contact al langer beschikbaar. Skypen biedt een goede uitkomst om contact te houden. Van één levenslanggestrafte is ons bekend dat hij mag skypen en daar gebruik van maakt.

  23. Mag hij internetten?
  24. Gedetineerden mogen sinds kort internetten, maar ze kunnen niet op alle sites komen. Ze kunnen gebruik maken van de computers in het re-integratiecentrum (RIC) in de gevangenis. Het ligt in de bedoeling gedetineerden een tablet te geven waarmee ze vanuit hun cel op dezelfde – toegestane – sites kunnen komen. Ook levenslanggestraften moeten worden toegelaten tot de RIC’s, vindt de rechter. Zoek hier de uitspraak, van 15 mei 2015, nr 14/3891/GA.

  25. Hoe vaak mag een levenslanggestrafte bezoek ontvangen?
  26. Net als andere gedetineerden minimaal eenmaal per week een uur. Meestal is het tweemaal per week een uur, maar voor levenslanggestraften worden wel aparte regelingen getroffen. Zo kan soms de bezoektijd worden opgespaard opdat een echtgenote – die b.v. uit een ander land moet komen – een groter deel van de dag op bezoek kan zijn.

  27. Wie bepaalt of bezoek mag worden opgespaard? De directie? Krijg je geen rechtsongelijkheid?
  28. De directeur bepaalt dit, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde. Geen enkel geval is natuurlijk gelijk. In een zaak van Khoroshenko tegen Rusland heeft de Grote Kamer van het EHRM bepaald dat het bezoek van  familie een ‘zeer belangrijk facet is van iemands bestaan en identiteit’ en dat het bezoekrecht van familie daarom zo min mogelijk moet worden beperkt (zie §106 en §123 e.v.), maar integendeel zo veel mogelijk moet worden toegestaan. Zie hier voor een commentaar op deze uitspraak.

  29. Zitten er altijd bewakers bij het bezoek?
  30. Nee. Dat bezoek vindt plaats in een kamer, zonder bewakers. In die kamer staat ook een bed. Bezoek zonder toezicht kan dus gebruikt worden om seks te hebben met de partner. Ook wordt die kamer wel gebruikt om met de partner en de kinderen samen te zijn zonder dat er een bewaker bij zit. Het bezoek kan ook dienen om een rustig gesprek te hebben met een vriend of vriendin of met twee anderen. ‘Bzt’ (“bezoektijd”) is twee uur.

  31. Hoe kan het dat aan een levenslanggestrafte verlof is verleend, zoals in de krant stond?
  32. De rechter vond in één geval dat een gedetineerde vanuit een gewone gevangenis met verlof moest kunnen gaan ondanks de tegenwerping van de staatssecretaris. Deze gedetineerde heeft meer dan 25 jaar vast gezeten en  wordt niet meer als gevaarlijk beschouwd. De rechter (de beroepscommissie van de RSJ) vindt dat verlof onderdeel is van zijn resocialisatie. Resocialisatie is bovendien een regel die aan onze wet ten grondslag ligt: alle gedetineerden (dus ook levenslanggestraften) moeten als het even kan worden voorbereid op terugkeer naar de vrije maatschappij. Zie hier de uitspraak van de rechter.

  33. Hoe vaak heeft een levenslanggestrafte verlof?
  34. Op deze vraag kan geen algemeen antwoord worden gegeven. Het huidige beleid is immers niet gericht op het bieden van verlof aan levenslanggestraften. Wel zijn er twee levenslanggestraften die verlof hebben afgedwongen via de rechter. De ene zit in een gewone gevangenis en mag, na 28 jaar, tweemaal per jaar met begeleid verlof (zie vraag 99). De andere zit nu 33 jaar, waarvan 15 jaar in een TBS-kliniek. Hij mag vanuit de kliniek met onbegeleid verlof (zie hier voor de beslissing van de rechter in deze zaak).

  35. Waarom moest de rechter er aan te pas komen?
  36. De rechter is te hulp geroepen omdat de staatssecretaris niet wilde meewerken aan verlof. Verlof past namelijk niet in zijn visie op (uitleg van) de levenslange gevangenisstraf. Het Forum is net als de rechter van mening dat verlof onderdeel is van het resocialisatieproces van levenslanggestraften. Het Forum wil bereiken dat de regelgeving zo wordt veranderd dat verlof wordt verleend op het moment dat dit past in de resocialisatie van de levenslanggestrafte (en natuurlijk alleen als hij geen gevaar meer oplevert voor de samenleving).

  37. Is de rechtspraak openbaar?
  38. Ja, de rechtspraak genoemd in de vraag over verlof is bijvoorbeeld te vinden op ‘rechtspraak.nl’ en in de databank van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, (trefwoorden: ‘levenslange gevangenisstraf’ en ‘verlof’).